Bostuin
- Duurzaam Vledderveen
- 5 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Wat ooit een ongebruikte paardenbak was, is in de loop der jaren veranderd in een gevarieerde bostuin. Het begon met een beetje ongebruikelijke keuze: niets doen. In het eerste jaar liet ik de natuur haar gang gaan. Al snel verschenen er vanzelf planten als melde, perzikkruid en hondsdraf, en op de nattere plekken groeiden grote hoeveelheden biezen.
In het tweede jaar kwam er structuur. Er werd een pad van houtsnippers aangelegd – met dank aan twee jongens uit het dorp. Elders in de tuin groeide al rode kornoelje. Die kun je heel gemakkelijk vermeerderen door gewoon een stukje van een gezonde tak in de grond te steken. Het was dus goedkoop en eenvoudig om heel veel stekken langs de randen van de tuin te zetten. Zo ontstond de opzet bijna vanzelf.
Het derde jaar liet de bostuin pas echt van zich horen. Overal kwamen berkjes, esdoorns en eikjes op. De truc bleek simpel maar effectief: laten staan wat goed groeide en de rest rigoureus verwijderen. Tegelijkertijd kreeg ik veel vaste planten en bodembedekkers van familie en vrienden. Sommige voelden zich zó thuis dat ze bijna een plaag werden – robertskruid en ooievaarsbek grepen hun kans. Ik was ook nogal scheutig geweest met het zaad van koekoeksbloemen. Ik wist niet dat je die nooit meer kwijtraakt als je ze eenmaal hebt.… Soms moet je streng zijn, zoals bij bramen, maar de meeste inheemse planten kun je koesteren. Fluitekruid, stinkende gouwe en gele dovenetel doen het in een bostuin geweldig.
In het vierde jaar had de bostuin zijn vorm gevonden. In de jaren daarna is er nog van alles veranderd en spontaan bijgekomen, maar de kern bleef hetzelfde: geef de natuur alle ruimte, laat je verrassen door wat groeit en stuur met aandacht en geduld hier en daar een beetje bij. Na een paar jaar heb je een prachtige bostuin vol inheemse verrassingen.




Opmerkingen